Guus en Sandra 3 maanden on the road - Meet en greet en op bezoek bij het Hymer museum

5 juli 2019 in Bestemmingen, Ervaringen, Duitsland, Italië & Camperreisverhalen

Voor de ‘logees’ regelen we een kamer. De man des huizes, van Albergo Pontives, is uiterst behulpzaam. Guus ritselt nog een balkon aan de kamer. Geen ontbijt, geen enkel probleem. We willen natuurlijk gezellig samen ontbijten bij de camper. Voordat ze arriveren gaan we voor de zoveelste keer op jacht naar een kapper. In Albanië: gesloten. In Zuid-Italie: alleen Italiaans sprekend, leg dan maar eens uit hoe je coupe moet worden;). Met Google maps lopen we naar de kapper in Ortisei. Hier liggen de kapsalons enigszins verstopt, dus de gps is heel handig. Wat we vergeten zijn: de ‘siësta’. Op goed geluk of we op tijd zijn. Wonder boven wonder werkt de kapster gewoon door. Al snel is Guus aan de beurt. Haal de ‘heggenschaar’ er maar door. Kan het wel gebruiken na die maanden. Een half uur later, ziet het er spik en span uit☺. Na deze fikse inspanning;), tijd voor een pitstop op een terras. 

Het is stralend weer. Als we de voorspellingen moeten geloven, zou het regenen vandaag. De slechtste dag van de week. Nou, als dit de slechtste dag is, dan zijn wij benieuwd wat de rest wordt. Op de kaart staat veel lekkers. Het wordt een affogato. Een ijsje én een koffie in één, precies wat we nodig hebben;). De rest van de middag doen we het rustig aan. In de zon voor de camper een boekje lezen, meer moet het niet zijn!

Meet & greet

Aan het begin van de avond rijdt de bekende Nederlandse auto de plaats op. Heel bijzonder om elkaar op deze plek te zien na die maanden. Daar hoort natuurlijk een dikke knuffel bij. Na het droppen van de bagage en het inchecken, is het tijd om te proosten en een hapje te eten. Voordat we gaan slapen, nemen we de bestelling voor het ontbijt op. Koffie, thee, eitje… Slaap lekker!



Na een heerlijke nacht, dekken we de ontbijttafel. Vers brood, eitje; het lijkt wel vakantie;). Rond 8.30 uur spiekt de zon over de rand van de berg. De luifel kan uit, het is direct warm. Buikjes vol, wandelschoenen aan, op naar het Annatal.
Eerst nemen we de bus naar Ortisei. Van daaruit loopt er een wandelpad naar Val d’Anna. Dit pad loopt kronkelend omhoog door het dorp. Je kunt ook roltrappen nemen. Eenmaal boven wandel je door een soort tunnel. Het gaat hier vals plat omhoog. Wil je niet lopen, dan neem je de rolband. Aan iedereen is gedacht hier. Eenmaal de tunnel uit, steken we een houten bruggetje over en volgen rechtsaf het wandelpad. We lopen tussen de bomen. Het bergwater komt met een flinke vaart naar beneden. Ons doel is Val d’Anna hütte. Hier zijn we vaker geweest met skiën. Je skiet letterlijk door de tuin. We zijn benieuwd hoe het eruit ziet met zomerse strandstoelen. De route is niet moeilijk te volgen. Zo goed als alsmaar ‘rechtdoor’ en bergop. Na een tijdje zien we de hut. Hhm, vreemd. Geen stoel buiten. Het ziet er erg dicht uit. We krijgen hier echt geen koffie. In de brochure van de omgeving staat dat deze hut zomer en winter open is. Blijkbaar is het nog niet zomers genoeg;). Niet voor een gat gevangen, wandelen we een stukje naar beneden. Onderweg rook het namelijk erg verleidelijk. Laten we daar maar eens kijken. Ondertussen is de zon vertrokken en valt er lichte regen. Hütte Pauli doemt op met een heus terras midden op de berg. Er valt steeds meer uit de lucht. We kiezen een overdekt stuk terras. Binnen zitten, willen we niet. Even later genieten we van een welverdiend bakkie met apfelstrudel en oma’s torte. De eerste hap is achter de kiezen als alle sluizen los gaan. Heeft de weersvoorspelling zich vergist en is het vandaag de slechtste dag van de week? Aan de andere kant van de berg zien we wandelaars tevergeefs schuilen onder een boom. Wij houden het hier voorlopig wel uit. Na een uur mindert de regen. We trekken onze regenjas aan en lopen via de ‘skipiste’ terug naar Ortisei. Voor de kookpot nog wat boodschappen en dan met het bussie terug.

Een nieuwe dag, een nieuwe berg

Met de gondellift gaan we de Seiser Alm op. De uitzichten vanuit de gondel zijn heel mooi. Links en rechts kijken we over het dal en rondom de bergen. Het is moeilijk te beschrijven. Als we uitstappen is het uitzicht wederom fenomenaal. Toen wij hier de eerste keer kwamen met skiën, keken we onze ogen uit. Nu weer! Totaal anders zonder sneeuw. Wat is het hier mooi.  Na de nodige kiekjes wandelen we een stuk naar beneden. Bij een berghut strijken we neer. Alles behalve een straf om met dit uitzicht te wachten op de koffie☺. Wandelroute 15 loopt tot in het centrum van Ortisei. Deze route zal met name bergaf gaan. Vol goede moed volgen we de bordjes. Al snel zijn we ‘lost’. Genoeg bordjes, maar geen 15 meer. Gelukkig weet iemand ons te vertellen dat we iets terug moeten en dan tussen de gebouwen door moeten lopen. Bingo! Back-on-track. Het pad begint breed en goed bewandelbaar. Hierdoor kunnen we volop genieten van de vele mooie plaatjes. Hoe meer meters we afleggen, hoe uitdagender het pad. Smal, ongelijk, langs afgronden, ‘traptredes’ van 50cm hoog… kortom niet heel easy. We genieten volop. Missing item: een bankje. Dat wordt picknicken op de grond en een wedstrijdje boomstam zitten.



Al een tijdje horen we zaag- en ‘zoem’geluiden. Ze zijn op de berghellingen bomen aan het kappen. Deze worden met een katrol naar beneden getransporteerd. Geen vliegend tapijt, maar vliegende boomstammen. Verderop lopen we het bos uit en zien we hoe de boomstammen verder verwerkt worden. We volgen de weg, al missen we iedere aanwijzing van nummer 15. Op goed geluk. Het bospad verandert in een steile weg met ‘gravel’. Spekglad om op te lopen. We zetten alle zeilen bij om overeind te blijven. De route is en blijft prachtig. Als we bijna in het dorp aankomen, weten we het zeker; afslag gemist en een extra lus gemaakt. Ach ja, onze benen zijn nog topfit en echt niet toe aan een stoel;). Eind goed, al goed. Effe bijkomen en opfrissen voordat we een hapje gaan eten. Dik verdiend, laten we ons verrassen wat de chefkok in petto heeft. Met de typische Tiroler küche is dat nooit verkeerd.

Italië, het land van de Vespa

We hebben er al veel zien rijden. Voor mij betekent Vespa rijden: be(e) happy! Ik moet nog even geduld hebben voordat ik op mijn eigen roomwitte 62’er kan rond toeren. De brandweer viert feest en organiseert een Vespa treffen. Ik val met de neus in de boter. Van puntgaaf gerestaureerd tot krakend origineel.

Kokhalzend paragliden

Dromen moet je hebben. Al jaren staat paragliden op ons lijstje. Het weer en de omgeving zijn top, laten we gek doen. We boeken een sprong bij gardenafly. De gids scheurt de berg op met de auto. Toine moet flink gassen om hem bij te houden (vindt hij echt niet erg☺). Bij de landingsplaats stoppen we. Guus kijkt inmiddels lijkbleek van alle bochten. Even ademhalen voordat we verder rijden. Het tweede deel van de tocht zit Guus voorin, voor zover het nog helpt. Het is duidelijk dat de gids hier iedere centimeter wegdek kent. Het laatste stuk overbruggen we met een stoeltjeslift. Op de berg is het druk. Meerdere paragliders en heel veel modelvliegtuigen. We trekken een ‘charmant’ pak aan en zetten een helm op. Guus vindt me op een m&m lijken. Heb ik geluk dat dat een guilty pleasure van hem is☺.  We krijgen de laatste uitleg, worden ‘aangehaakt’ en dan is het zover. Wind vangen om uiteindelijk te ‘springen’. Een paar keer rennen we een paar meter van links naar rechts. Soms stijgen we iets op, waardoor ik ‘watertrappelend’ in de lucht spartel. Dan komt het sein om naar voren de berg af te rennen. Ik kan niet meer terug. Hopelijk blijft mijn hoogtevrees in mijn dikke teen zitten. 3-2-1 en los zijn we. Oh, my god! Dit is waanzinnig. Het uizicht, het gevoel een vogel te zijn, de vrijheid… onbeschrijflijk! Even later zie ik Guus ook de lucht in gaan. We cirkelen rond en de piloot checkt regelmatig of alles oké is. Vlak langs de berghelling vangen we de thermiek. In no time zitten we een stuk hoger. Ik kan precies horen waar de thermiek is. Zodra we in de buurt komen, gaat een apparaatje sneller piepen. Ideaal gereedschap voor de piloot. Ik hoef alleen maar te genieten. Door rondjes te draaien in de thermiek blijven we stijgen. Als we even later langs Guus vliegen, kijk ik helemaal blij en vraag of hij het gaaf vindt. Al zwaaiend met een plastic zakje weet ik genoeg; kokhalzend paragliden. Gelukkig blijft het daarbij en vindt hij het fantastisch. Na ongeveer een uur vliegen we richting landingsplaats. Gerda en Toine zien ons al een hele tijd. Geluk bij een ongeluk, wil Guus als eerste landen. Hij wil vaste grond onder zijn voeten. Ik vlieg nog een paar rondes extra, voordat ook ik in het gras land. Guus heeft na zijn landing even nodig om  weer wat kleur te krijgen. Wat een ervaring. Amazing!



Bijna zit de meet & greet er  op. We willen ze graag een ander stuk van het skigebied laten zien. In de winter kunnen zij daar niet komen te voet. Het is te mooi om nooit te zien. Met de auto rijden we richting Canazei. Het voelt een beetje onwennig om na die maanden weer in een auto te zitten. Alles lijkt zo klein en compact;).  De route alleen al is prachtig. Na een tijdje klimmen, parkeren we de auto. We zijn heel dicht bij ons favoriete skihutje, Sella Alm. Deze hut ligt in het Sella Massief. Dit massief staat op de Wereld Erfgoedlijst van Unesco. Wij begrijpen heel goed waarom. Na al die jaren, fascineren deze bergen nog steeds. We wandelen naar de hut en komen ogen tekort. Je kunt zien dat er in april en mei nog veel sneeuw is gevallen. Her en der ligt het nog en heel voorzichtig komen de krokusjes uit. Op de kaart bij de Sella Alm staan Kaiserschmarrn. Ai, de verleiding is groot. Het is een soort pannenkoek in stukjes gesneden. Eenmaal gegeten, voor altijd verslaafd;). Één portie voor twee, wordt de deal. Damn, wat zijn die lekker. Een betere afsluiting in ‘ons’ skigebied kunnen we ons niet wensen.

Back to the Hymer-roots

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Na heerlijke dagen samen, gaat onze weg weer scheiden. Gerda en Toine gaan weer naar huis. Wij, geluksvogels, reizen nog door. Na een dikke knuffel rijden ze weg.  (We hebben ze niet meer gezien ondanks onze snelle ‘Hummer.’)☺ Bad Waldsee is onze bestemming vandaag. Als je nu denkt: Oh, lekker een meer. Dan helpen we je van die illusie af. De waldsee is een veredelde vijver. Leuk om omheen te wandelen, meer niet. Wij komen voor heel iets anders; het Erwin Hymer museum. Wat is er nu leuker om met je camper te overnachten op de plek, waar hij ooit het licht zag. Het klinkt bijna als een rom-com.

Het was druk in de camper vannacht. We hadden gezelschap van zeker 20 muggen. Dat ze steken is tot daaraan toe, maar dat gezoem om je oren: grrrr. Vanavond parkeren we de camper aan de andere kant van het terrein en houden we de deur dicht. We staan nu heel idyllisch tegen een korenveld. Waarschijnlijk een heerlijk woonplaats voor ze.
Na een zonnig ontbijt, lopen we naar de ingang van het museum. Een groot modern gebouw. Het entreebewijs is de hele dag geldig. Je mag zo vaak als je wilt naar buiten lopen. Het Hymer Museum is veel breder dan de naam doet vermoeden. Het gaat hier over reizen in het algemeen. Caravans, auto’s, campers, fietsen, alles komt voorbij. De allereerste zelfbouw caravan, aan de buitenzijde bedekt met leder. Een Fiat 500 met caravan waarvan het bovenste deel volledig zakt zodat de caravan, tijdens het rijden, net zo hoog is als de Fiat. Een Mikafa camper de luxe met heus dakterras. Nieuwprijs in 1959 vanaf 42.500 Deutsche Mark. De prijs van deze Mikafa was toentertijd 50.792,75DM. Uiteindelijk zien we de oer Hymer-integraal. Hymer 660 uit 1974 voor slechts 48.000DM;) Niet alle mobielen mag je in. Deze wel. Dat laten we ons als ‘Hummer’ rijders geen twee keer zeggen. Wij kunnen niet anders zeggen; het is een echt feelgood museum. Denk niet dat je het in twee uur gezien hebt. Wij hebben ons hier bijna een hele dag vermaakt.

Volgende keer: Het einde komt in zicht. Eerst nog naar de bron van de Donau, koffie drinken in het Europees parlement….

 

Bekijk aanbod